LEDENPAGINA

LEDENPAGINA

Een deel van deze pagina is alleen toegankelijk voor leden. Door het WACHTWOORD in te vullen links bij leden-login kunnen leden inloggen.

Het wachtwoord wordt regelmatig gewijzigd. De leden krijgen het nieuwe wachtwoord telkens per e-mail toegezonden.

PETER SWOLFS

PERCUSSIE/PAUKEN





Luister naar de pauken door op onderstaand luidsprekertje te klikken !
Luister!

HUBERT DONKERS

PERCUSSIE






Klik op het luidsprekertje en hoor de conga's !
Luister!

THEO VAN DER WESTERLAKEN

HOORN

SECRETARIS


De hoorn ook wel Franse- of waldhoorn genoemd, stamt af van de jachthoorn.De buis van de hoorn is ongeveer vier meter lang.Daarom moest hij wel "opgerold" worden  
Bij de hoorn worden, net als bij de trompet, ventielen gebruikt om verschillende tonen te maken.

De hoorn werd rond 1650 ontwikkeld in Frankrijk en is een grote broer van de kleinere halvemaanvormige hoorns, maar nu met "opgerolde" buizen. De jachthoorn die gebruikt werd in het orkest in de vroeg 18e eeuw kon ongeveer twaalf tonen produceren uit de natuurtoonladders. Rond 1750 kreeg het instrument een grotere flexibiliteit door de ontwikkeling van de hand-stoptechniek. De uitvinding van de ventielen en rotors in de vroeg 19e eeuw betekende een revolutie voor de hoorn. Hedendaags wordt de hand-stoptechniek enkel nog gebruikt om een wijziging van klankkleur te produceren.

 

De Bb hoorn is goed voor een buislengte van 2,75 m en de F-hoorn voor een buislengte van 3,73 meter. De hoorn beschikt over 3 (4) rotors in plaats van ventielen. De vierde rotor (die niet op elke hoorn aanwezig is) is het stopventiel. De hoorn die over twee stemmingen beschikt noemt men de dubbelhoorn. Het toonbereik van de hoorn is 3½ octaaf. Voor de dubbele hoorn is dat zelfs 4½ octaaf (voor gevorderde spelers).

KLIK MAAR...

 

 

Luister!

ALBERT NORBART

HOORN







Klik op het luidsprekertje en luister naar de hoorn !

Luister!

VICTOR HENDRIKS

HOORN





Klik op luidsprekertje en luister naar de hoorn ?
Luister!

JOHN VAN BECKHOVEN

TROMPET

De trompet vindt men zowat in alle culturen die ooit bestaan hebben terug. De trompetten werden gemaakt van ivoor, brons, zilver en koper; ze waren recht of gebogen. In middeleeuws Europa werd de lange buistrompet vervangen door een kortere versie rond 1300. Rond 1400 werden de trompetten gevouwen in een S-vorm en rond 1500 werden ze opgerold in een langer gemaakte lus. Deze trompet werd de standaard orkestrale en ceremoniële trompet tot ongeveer 1800. De toon was erg geliefd maar het toonbereik was te klein om de trompet op grote schaal toe te passen. Een mechanisme van korte duur werd uitgevonden: een mechanisme dat de openingen naar de zijbuizen opende of dichtdeed. Rond 1820 werden ventielen toegevoegd aan de trompet. Een ventiel induwen maakt het luchtkanaal langer, men krijgt dus zo een lagere toon.
Enkele personen die heel belangrijk waren bij het ontwikkelen van de moderne trompet:
-1825-1889: Joseph Jean-Baptiste Laurent Arban
-1868-1944: Théo Charlier
-1890-1976: Vincent Bach
-1891-1937: Walter Smith


De trompet is één van de hoogstklinkende koperen blaasinstrumenten met een heldere toon. De trompet heeft een ketelvormig mondstuk. De trompet is cilindrisch geboord, en bestaat in verschillende stemmingen en grootten. Een Bb-trompet wordt het meest gebruikt in het hafabra-repertorium, maar er bestaan ook F, Eb, A en C trompetten. Het toonbereik van de trompet is 2 3/4 octaaf. De totale buislengte bedraagt 1,4 meter. De trompet zelf is ongeveer 46 centimeter lang. De voorloper van de trompet is de natuurtrompet, die alleen de natuurtonen kon spelen (do, sol, do, mi, sol,...). In het begin van de 19e eeuw werden ventielen aan het instrument toegevoegd. Als men het eerste ventiel indrukt, verlaagt de natuurtoon 1 noot, drukt men het tweede ventiel in dan verlaagt de natuurtoon 1/2 noot, drukt men het derde ventiel in, dan verlaagt de natuurtoon 1 1/2 toon



Luister naar de trompetsolo door op onderstaand luidsprekertje te klikken !



Klik op luidsprekertje !

Luister!

PETER OOMEN

TROMPET







klik op onderstaand loudspeakertje !
Luister!

TON SCHOENMAKERS

TROMPET







Klik op de luidspreker !

Luister!

BERRY VAN OERS

BASTUBA

PENNINGMEESTER


In tegenstelling tot het "heldere"koper, waartoe de trompet en de trombone gerekend worden, wordt de familie van de bastuba's wel het zachte koper genoemd. Dit komt doordat de buis van deze instrumenten wijder is, wat een "weke" klank veroorzaakt. St.Cecilia kent drie bassisten.

De tuba werd uitgevonden in 1820, maar werd voor 1850 zelden gebruikt. De bastuba (wij noemen hem meestal gewoon bas) komt voor in twee stemmingen: Eb en Bb. Vanwege de kolossale buislengte van de Bb-tuba (5,53 meter) zijn de bespelers meestal ook van wat grotere buikomvang. Alle tuba's (ook de kleinere) hebben een conische boring: de diameter van de buis vergroot constant naar het einde toe. Het toonbereik van de tuba is 3 octaven.

 

KLIK EN LUISTER!

Luister!

LUUK VAN BECKHOVEN

SCHUIFTROMBONE

 

BESTUURSLID


Bij de trombone wordt in plaats van ventielen, de buis zelf gebruikt bij het muziek maken. Door het bewegen van de "schuif" worden hogere of lagere tonen gemaakt. St.Cecilia heeft momenteel drie trombonisten.

 

De trombone verscheen in de 15e eeuw op het toneel. Het is eigenlijk een vergrote vorm van de trompet met beker, hoofdbuis en ketelvormig mondstuk. De hoofdbuis kan verlengd worden door een soepel schuivende schuif (coulisse). Door het uitschuiven ervan kunnen de natuurtonen 6 maal verlaagd worden. Het meest voorkomende type is de tenortrombone, gevolgd door de bastrombone. De stemming van de tenortrombone is C, het toonbereik 2 1/2 octaaf. De buislengte is 2,7m. De bastrombone heeft F of G als grondtoon.

Luister!

CEES VAN BECKHOVEN

SCHUIFTROMBONE

 

ERE-LID

Luister!

JAN VAN BECKHOVEN

BARITON

Het euphonium en de bariton staan beiden in Bb. De euphonium behoort tot de saxhoorngroep. Vaak worden de namen Bariton en Euphonium verkeerd en door elkaar gebruikt.

Het verschil tussen de bariton en het euphonium
Tenorhoorn, tenor tuba, bariton, euphonium. Allemaal namen voor hetzelfde instrument? Nee! De tenorhoorn is het instrument dat door Adolf Sax is ontwikkeld. Het is de voorloper van zowel de bariton als het euphonium. Met tenor tuba wordt het tenorlid van de tubafamilie bedoelt. Hiermee kan ook de bariton en het euphonium bedoeld worden. Maar wat is nu het wezenlijke verschil tussen bariton en euphonium?

Een veel gehoorde verklaring is dat baritons 3 ventielen hebben en euphoniums 4. Dit is echter niet juist. Het echte verschil is dat het euphonium wijder gebouwd is dan de bariton. De buis van de bariton is cilindrisch en de buis van het euphonium conisch. Dit is te merken aan het feit dat de stembuis van de bariton op twee manieren in het instrument te schuiven is en de stembuis van een euphonium maar op een manier in het instrument past. Door deze verschillen is het geluid van de bariton wat lichter en helderder en het geluid van het euphonium voller, krachtiger en warmer. Het woord euphonium is afgeleid van de Griekse woorden ‘eu’ en ‘phone’ die ‘goed’ en ‘geluid’ betekenen. Een treffende naam voor een instrument met een diepe, rijke toon.





klik op luidsprekertje !

Luister!

AD VAN BECKHOVEN

BARITON







Klik op het luidsprekertje !
Luister!

WIM COPPENS

ALT-SAXOFOON



De saxofoon is net als de klarinet een enkelrietinstrument, wat tot het "hout" behoort. De saxofoon is uitgevonden in 1802 door Adolf Sax. De saxofoon werd vooral beroemd door de Jazz-muziek. Maar nu speelt hij ook mee in harmonie- en fanfare-orkesten.Binnen St.Cecilia worden de alt- en de tenorsax bespeeld.

De saxofoon werd in 1840 uitgevonden door de Belgische bouwer Adolphe Sax, geboren te Dinant in 1814. Hij speelde in zijn tijd een héél belangrijke rol bij het ontwikkelen van blaasinstrumenten, voor zowel houtblazers als koperblazers, want ook de saxhoornfamilie is door hem grotendeels verder ontwikkeld.


De saxofoon is in feite een bastaardvorm van de klarinet en de hobo. Het mondstuk met het enkel riet en het mechaniek doen denken aan de klarinet, de boring is conisch, net als bij de hobo. Door deze kenmerken behoren de saxen tot de houtblazers, hoewel het instrumentlichaam uit een metaallegering is gemaakt.

De voornaamste saxen zijn (Adolphe vond er maar liefst 14 geperfectioneerde uit!!!): de sopraansax in Si b (bes), de altsax in Mi b (es), de tenorsax in Si b (bes), de baritonsax in Mi b (es) en de bassax in Si b (bes).


In de habrawereld worden de sopraansax (enkel in de fanfare), de altsax (harmonie en fanfare), de tenorsax (harmonie en fanfare) en de baritonsax (harmonie en fanfare) veelvuldig gebruikt.


Luister naar de saxen -> klik op onderstaand luidsprekertje !

Luister!

PIET VAN ALPHEN

TENOR-SAXOFOON











Klik op luidsprekertje !
Luister!

LEEN NORBART

DWARSFLUIT


Op het eerste gezicht lijkt het vreemd dat dit instrument tot de houtinstrumenten behoort, aangezien op de meeste dwarsfluiten niets van hout te vinden is. Maar oorspronkelijk waren dit soort instrumenten van hout. Bij St.Cecilia wordt zowel de dwarsfluit bespeeld als de piccolo.

Luister!

ANNELIEK BASTIAANSSEN

DWARSFLUIT






Klik op het speakertje en luister naar de fluit !

Luister!

ELLE V.D.RAKT

DWARSFLUIT


Op het eerste gezicht lijkt het vreemd dat dit instrument tot de houtinstrumenten behoort, aangezien op de meeste dwarsfluiten niets van hout te vinden is. Maar oorspronkelijk waren dit soort instrumenten van hout. Bij St.Cecilia wordt zowel de dwarsfluit bespeeld als de piccolo.
De dwarsfluit was reeds bekend in China rond 900 voor Christus. Rond ongeveer 1100 leerde ook Europa de dwarsfluit kennen. Deze dwarsfluit werd gebruikt voor militaire doeleinden in Duitssprekende gebieden, vandaar z'n oude naam: Duitse Fluit. In de 16e tot de 17e eeuw werden bas- tot sopraanfluiten gebruikt in de kamermuziek. Deze fluiten bestonden uit één stuk, waren cilindrisch geboord en hadden zes vingergaten. De fluit werd herontworpen in de late 17e eeuw door de familie Hotteterre, een befaamd geslacht bestaande uit Franse muziekinstrumentenbouwers. De fluit bestond nu uit drie delen met één sleutel en had een cilindrische boring weggehouden van de speler. Oorspronkelijk bestond de fluit uit hout (deze fluiten werden 'Transverso' genoemd), maar dan werden metaallegeringen gebruikt.


De dwarsfluit bestaat uit een cilindrische buis die aan één zijde open is en voorzien is van kleppen. De luchtzuil wordt aan het trillen gebracht door het blazen tegen de scherpe rand van het mondgat. De dwarsfluit is opgebouwd uit drie delen en heeft een omvang van ongeveer 3 octaven. Ze wordt gebouwd in drie delen. Door de kleppenmechaniek worden in het laagste octaaf alle tonen verkregen, daarboven kan men tonen produceren door het overblazen, dwz een veranderde mondstand en krachtiger blazen. Een dwarsfluit is tegenwoordig meestal vervaardigd uit zilver of uit een metaal dat verzilverd wordt. De stemming is C en de lengte 66cm.
De piccolo is gestemd in C. De buislengte is 33cm. De piccolo is dus half zo lang als de dwarsfluit en klinkt een octaaf hoger. De piccolopartij wordt een octaaf lager genoteerd dan dat ze klinkt. Het toonregister van de piccolo is 2 1/2 octaaf. Het materiaal waaruit de piccolo gefabriceerd wordt is hout of metaal.



Klik op het luidsprekertje !

Luister!

JAN VAN RAAK

KLARINET

KLIK EN LUISTER...

De klarinet is een belangrijk instrument binnen een harmonie-okest. Het is als een viool in een symphonie-orkest. Vooral door de klank van dit houtinstrument onderscheidt een harmonie-orkest zich van een fanfare. De klarinet is een enkelrietinstrument. St.Cecilia zoekt nog enkele klarinettisten. Er wordt zowel es-, bes-, als basklarinet gespeeld.

Rond 1700 werd door de Duitse fluitmaker Johann Christoph Denner de klarinet uitgevonden. Rond 1840 werden twee complexe systemen uitgevonden:
- Het BOEHM-systeem (in de meeste landen gebruikt) dat werd uitgevonden en gepatenteerd in 1844 door de Franse muziekinstrumentenbouwer Auguste Buffet die de techniek van de Duitse fluitbouwer Theobald Boehm toepaste op de klarinet.
- Een donkerder en met nauwere boring klanksysteem dat werd ontwikkeld door de Belgische bouwer Eugène Albert.
De toepassing van de klarinet in orkesten vond plaats rond 1780. Rond 1784 werd zelfs rees een ouverture voor 2 klarinetten geschreven door George Friedrich Handel.


De gewone klarinet
De klarinet is een cilindrische pijp, vervaardigd uit ebbenhout (of Afrikaans hardhout). Het mondstuk is spits. Tegen het mondstuk wordt een riet vastgeklemd d.m.v. een metalen (of plastieken) ring met schroeven. De meest courante klarinet is gestemd in Bes omdat deze de beste klankcombinatie oplevert met dwarsfluit en hobo. De lengte van de Besklarinet bedraagt 66 cm. Het toonbereik bedraagt 3 1/2 octaaf. De klarinet werd uitgevonden begin 18e eeuw.

De basklarinet
Ook de basklarinet wordt veel gebruikt. De klankbeker is omgebogen en het tussenstuk tussen mondstuk en klankcilinder is S-vormig. De basklarinet is dubbel zo lang als de klarinet, maar staat ook in Sib

Luister!

ELS NORBART - VAN DER VLOET

KLARINET







Luister en klik op het luidsprekertje !

Luister!

MONIQUE MARTENS

KLARINET






Klik op luidprekertje !
Luister!

TOOS AARTS-VAN LOON

KLARINET







Klik op luidsprekertje !
Luister!

FRANK DONKERS

TENOR-SAXOFOON
Rustend lid





Klik en luister !

Luister!

JAN BLUEKENS

RUSTEND LID

OUD-TROMBONIST







Klik en luister !
Luister!

GUUST VAN DER STEEN

 

 

 

Voorzitter